Archive for the ‘management consultant’ Category

Predictable & resilient programs

15 November, 2013

Too many efforts get lost in complexity or frustration.

“I wish we had known before, what we know now; we never would have started this project”

“Why don’t they listen to us?” asked the project manager himself about management

Many programs keep their focus regardless changes in the system around them

We live in a world that is dynamic and always in motion. That’s a fact. So, how can we know today, what will be the challenge of tomorrow? The answer is simple: we do not know, unless…

Starting a program is to achieve some goal that was defined yesterday. How do you manage a program that aims to achieve something that may or may not be changed while you do your utmost best to get there? How can you early recognize a changing goal that you targeted?

Organizations need to be able to apply a kind of rocket that is guided to it’s moving target by means of laser. Listen2Change offers this management guidance. We provide the laser beam that the decision maker transfers into an adjusted focus, based on new knowledge of the target and the system.

A program in a system influences the system and is impacted by unpredictable agents in that system and events outside that system.

We visualize the influences and resulting changes on regular basis (daily, weekly, ..). It enables weak signal detection to identify risks or opportunities.

For this we use short anecdotes from all stakeholders in the system. Each anacdote-teller adds predefined ‘tags’ or signifying data to their anecdote. The signification provides navigation through the hundreds of anecdotes. it unleashes understanding detailed changes and impact from the perspective of each participant.

The underlying assumption is that people exchange information via stories. The stories are triggered by open questions and gathered independent from each other.  The complete set of stories provide a true reflection of the  reality. As it is continuous it truly provides your laser beam towards a moving target.

The method provides any program or mission the means to start without a clear understanding of the final result. This result will emerge from the running program and its impact in the system.

 

Advertisements

Out-focussed (domain-novice) facilitation in Sensemaking projects for better results

31 May, 2012

Last week I participated in a very interactive and useful workshop on Sensemaker®. Sensemaker provides a platform to gather, process, and visualize knowledge. Part of the discussions in smaller groups went on the application of Sensemaker. One of the discussed aspects was the possible result of Sensemaking projects in the context of the customer. In this blog I’ll defend a bold statement: “the ‘novice-domain’ or ‘out-focused’ facilitator is more likely to provide surprising or unexpected results then the field-expert of in-focused.”

Underlying to this statement is the pure uniqueness of Sensemaking projects. It enables large-scale fine-tuned listening to an unlimited number of people. It provides decision makers, innovation seekers and researchers in general, a method to distill hidden or weak information/knowledge. This is based on the Cynefin framework and the Sensemaker Ecology, Also check Dave Snowden’s blogs.

Before going into details some explanation. In 2006 I learned out-focussed coaching in personal and team potential exploration programs. Out-focussed means that as coach (or facilitator) you do not need to understand the underlying problem being discussed. As coach you focus on the convictions of the coachee.

An example: Let’s say I coach Peter. Peter’s question is his effectiveness in his team. In the coaching session he recalls a difficult situation in his team. In stead of asking him to explain the situation (to understand what happened) I ask him what he wanted to get out of the situation, what prevented him to achieve this and what he can do different next time. As Peter doesn’t need to explain the situation (which he already knows), we save time and address the problem at hand directly. 
At the end of the session Peter leaves with a better understanding on his own actions and convictions. The result would have been much less if I coached in-focussed. Asking questions on the situation; what his history was with the team; explaining similar situations I had been; etc.

My statement is that out-focussed (of novice-domain experts) facilitators, are able to generate more surprising knowledge and results on the subject then domain experts who integrate their expertise during the whole project. Of course the out-focused facilitator needs to be an experienced and knowledgeable (big) group facilitator. He also is an Cynefin and Sensemaking expert.

During Sensemaking workshops and in the configuration of the Sensemaker tool, an out-focused facilitator is able to extract and use more and more unexpected information from the participants. By being out-focused the facilitator is also not tempted to steer the outcome of the evaluate the (intermediate) results himself. The latter is described as being in-focused.   
Out-focused Sensemaking expert enables knowledge, insights, answers and innovation ideas to emerge. Any intervention (a word, a proposal, a gesture) from the facilitator, is a risk that this unexpected emergence of knowledge is subdued.

For the same reason, using internal Sensemaking experts is not advisable as the risk is even bigger. Unless of course the facilitator is not an domain-expert and is free from internal (political) strings.

5 tips voor gelukkige en efficiënte medewerkers

8 January, 2012

Iedereen kent ze, medewerkers die ogenschijnlijk veel werk verzetten en dit doen zonder veel over te werken. Zij zijn ook nog eens goedgehumeurd en komen en gaan met een glimlach. Het zijn de mensen die zowel gelukkig als efficiënt hun werk doen. Het zijn ook deze mensen die anderen in hun omgeving beter laten presteren.

Hun tegenpool kent ook iedereen. Je ziet ze vaak bij het koffieautomaat de gang van zaken van giftigecommentaar voorzien. Zij ontnemen anderen de lust en energie in het werk. Ze zijn de intriganten van uw team of onderneming.

Gelukkig is de gemiddelde medewerker niet zo extreem negatief. Maar ook niet echt positief. En dat is jammer. Want positief ingestelde mensen zijn blij, vriendelijk, energiek,  klantgericht, collegiaal en bereid tot leren. Dit artikel geeft enkele praktisch tips over hoe medewerkers gelukkiger én efficiënter te laten zijn.

Nog even iets over gelukkig zijn. Gelukkige mensen zijn mensen die best wel eens balen of teleurgesteld zijn. Maar zij herstellen snel van een tegenslag, en blijven hier niet in hangen. Als iets mislukt is, denken ze na op welke andere manier ze dit toch kunnen realiseren. Zij blijven niet hangen in wrok, en zoeken de oorzaak niet standaard buiten zichzelf. Zij beseffen dat dezelfde (re)acties, dezelfde resultaten opleveren. Na een mislukking proberen ze iets anders waardoor er een ander resulaat ontstaat. Kortom gelukkige mensen zijn vaak ook effectieve mensen.

Mensen gelukkig en efficiënt maken is onmogelijk. Mensen gelukkig en efficiënt laten worden is wel zeer goed mogelijk.  Ik geef een aantal tips die iedereen direct kan toepassen. Let wel, je hoeft geen directeur of manager te zijn om dit toe te passen. Begin gewoon in je eigen team.

1.  Wees zélf gelukkig en efficient.

Medewerkers prikken feilloos door loze woorden.  Dus wanneer je anderen gelukkiger en efficienter wilt maken, moet je zelf  gelukkig en efficient zijn. Je kunt hiervoor ook een bestaand rolmodel in de eigen organisatie gebruiken. Maar besef dat als je zelf niet de nodige stappen zet en laat zien dat je hier actief aan werkt, mensen niet zullen volgen. Mensen volgen actie, geen woorden.

2. Maak al aanwezige gelukkige en efficiënte medewerkers meer zichtbaar.

Dit is een variant op successen vieren. Medewerkers die gelukkig en efficient zijn in hun werk en anderen hiermee ondersteunen, zijn de ambassadeurs van de nieuwe manier van werken. Zij coachen anderen en u laat zich ook zichtbaar door hen coachen.

3.    Creëer een leeromgeving.

Kinderen leren door spel en het maken van fouten. Uw medewerkers leren te zien wat er is misgegaan door het analyseren van fouten.

Systeemfouten zijn er vaak de oorzaak van dat medewerkers fouten maken. Dit soort fouten vinden en oplossen is zeer efficient. Het voorkomt dat meerdere medewerkers (dezelfde) fouten maken. Daarnaast levert het ook een emotionele winst op omdat persoonlijke fouten op systeemniveau worden geaddresseerd. Dit geeft ruimte aan creativiteit en leren.

Straf (minder bonus, een reprimandum of ontslag) ontneemt iedere medewerker de lust om te leren. Fouten maken wordt zoveel mogelijk vermeden. Er ontstaat een cultuur van angst en starheid. In plaats van een mogelijk probleem snel te duiden, zullen medewerkers dit nalaten in de hoop dat iemand anders de dupe wordt.

4.    Creëer een omgeving waar mensen elkaar écht kennen.

Werken in een omgeving waar je je collega’s kent werkt stimulerend. Het is fijn te weten dat jouw zwakte de kracht van iemand anders is, zodat je hulp kunt vragen wanneer dit nodig is. Ook maakt het leren mogelijk. Wanneer collega’s bijvoorbeeld weten dat iemand thuis problemen heeft, zullen zij hun collega waar mogelijk helpen om te zorgen dat het team er niet onder lijdt.

Het kennen van collega’s heeft ook positieve resultaten over afdelingen heen.

In veel bedrijven zijn afdelingen fysiek en procesmatig gescheiden. Informatie wordt op 1 plek verwerkt en daarna doorgestuurd naar een andere afdeling. Veelal weten collega’s van verschillen afdelingen niet op welke manier hun informatie verderop in de procesketen wordt verwerkt. Door mensen van verschillende afdelingen met elkaar in contact te brengen zullen zij elkaar sneller betrekken in het ‘leanen’ van gegevensverwerking. Zo onstaat een geoptimaliseerde informatiestroom én zijn medewerkers effectiever, trots en dus gelukkiger.

5.   Evalueer regelmatig.

Leren is blijvend kijken naar wat goed ging en wat anders en beter kan. Het leuke van leren is dat het nooit ophoudt. Er bestaat geen perfecte manier van werken. Zodra een stap is geperfectioneerd, komen andere stappen in het vizier om te verbeteren.

Zelfevaluatie is een van de meest effectieve (in termen van kosten en opbrengsten) manieren om de eigen manier van werken continu te verbeteren.

Bovenstaande 5 stappen zijn een eerste aanzet voor positieve gedragsverandering. Het is een traject waarin doen en voorbeeldgedrag, en niet KPI’s en extern opgelegde richtlijnen, resultaten opleveren.

 

 

Co Chi faciliteert verandertrajecten voor professionals, teams en organisaties. Medewerkers worden daardoor gelukkiger en effcienter. De verandertrajecten hebben een korte, gefixeerde doorlooptijd.

Neem voor meer informative contact op met Arno Korpershoek: 06 50 828 718.

Wat CMMI consultants (nog) niet weten over CMMI programma’s (3/3).

24 May, 2011

CMMI verbeterprogramma’s worden geassocieerd met geen of moeizaam verkregen resultaten. De meeste initiatieven (meer dan de helft) worden in verband met te weinig resultaten tussentijds gestopt. Hierdoor gaat veel geld én vertrouwen in veranderprogramma’s verloren. Tevens nemen de CMMI initiatieven die wel succesvol zijn al snel 1,5 tot 2 jaar in beslag waardoor bedrijven wel 2 keer nadenken voordat zij aan CMMI gebaseerde verbeterinitiatieven beginnen.

In een reeks van 3 artikelen bespreek ik de oorzaken van de slechte en moeizaam verkregen resultaten en mogelijke alternatieven. Want ook met CMMI zijn snelle resultaten te boeken. In het eerste artikel heb ik de verkeerde manieren van aanpak besproken. In het tweede artikel besprak ik de manieren om die verkeerde manieren van aanpak te vermijden en in dit 3de artikel bespreek ik alternatieve manieren van aanpak.

Kort nog eens de verkeerde standaard manieren van aanpak.

  1. (Te) weinig ervaring leidt tot onsamenhangende en complexe processen.
  2. Bij ‘onzorgvuldig overnemen’ van CMMI proceseisen ontstaan processen die elkaar overlappen en tegenspreken.
  3. CMMI proceseisen worden niet altijd juist afgestemd op de specifieke bedrijfsdoelstellingen waardoor processen snel te complex worden.
  4. Het weglaten van het gedragscomponent in veranderprogramma’s kan zorgen voor weerstand bij invoering.
  5. Bij onvoldoende focus en vrijmaken van de veranderaars krijgen verbeterprogramma’s onvoldoende focus en snelheid.
  6. Door het negeren van intern aanwezige kennis en ervaring wordt de weerstand groter.

Alternatieve aanpak voor een snellere resultaat

Mijn alternatieve aanpak behelst een 4-stappenplan. De stappen in hoofdlijnen zijn als volgt:

1  De zelf-analyse

Weet wie je bent, waar je goed in bent, waar je dingen laat liggen en waar je naar toe wilt.

a. Maak een interne analyse van de huidige situatie. Definieer wat er niet goed gaat. Omschrijf de manier van werken in een perfecte situatie (organisatie-doelstellingen) en de stappen om daar te komen. Onderzoek bij elk probleem of dit echt de oorzaak is of slechts een symptoom van een dieper liggend probleem.

b. Voer een externe evaluatie uit op basis van het CMMI model. Ga hierbij uit van alle ML2 én ML3 processen. De brede scope zorgt voor een zorgvuldig beeld van de huidige situatie.

c. Betrek, indien mogelijk, organisatie onderdelen van buiten de eigen organisatie én betrek klanten. Dit verhoogt de kans op zinvolle feedback en leermomenten. Hoe zien anderen jouw organisatie en de manier waarop je hen behandelt?

d. Combineer de resultaten van beide analyses. Het meest zinvol zijn die bevindingen van de externe adviseur die niet bij de interne analyse naar boven zijn gekomen. Dit is de blinde vlek van de organisatie waar veel te winnen is.

2  Maak een stappenplan

Kies, prioritiseer, betrek interne mensen (kennis & ervaring).

a. Stel op basis van de bevindingen een WBS op. Parameters voor decompositie:

i. prioriteit voor de organisatie (niet te baseren op CMMI niveaus maar op organisatiedoelstellingen en klanten feedback).

ii.doorlooptijd (alles met een looptijd langer dan 2 weken verder uitwerken) of mate van complexiteit (lastige onderwerpen eerst).

iii. oplijnen verbeteronderwerpen met belangrijke klantprojecten. (een klantproject kan in zo’n kritieke fase zitten dat afleiding een te groot risico vormt).

b. Informeer en betrek de “randen”. Hier zit bruikbare kennis die problemen bij implementatie kunnen voorkomen. Typische randen zijn commerciële afdelingen, klanten, testgroepen en onderhoudteams, etc.

Tip: een senior medewerker (geen manager) levert de meest toegevoegde waarde.

c. Betrek ook disciplines als HR, IT, vormgeving en etc. om de wijzigingen voor implementatie passend te krijgen naar de huidige werkomgeving. Zo worden persoonlijke jaardoelstellingen aangepast wanneer projectmedewerkers niet of minder inzetbaar zijn voor klant projecten.

Tip: deelname aan het verbeterprogramma levert ‘bonuspunten’ op!

d. Het stappenplan wordt in fases/sprints/timeboxes ingedeeld van telkens 1 maand. De structuur per fase is altijd gelijk; de te realiseren veranderingen uitwerken, kennis en mensen betrekken en (indien nodig) trainen en communicatie plannen

i. Week 1: uitwerken en trainen.

ii. Week 2 & 3: de feitelijke realisatie. Met een betrokken team zijn processen snel te bouwen. Vaak is het een kwestie van aanscherpen en ‘snijden’ wat er al is!

iii. Week 4: communicatie, training, eerste implementatie (piloting) en acceptatie.

e. In deze fase van plannenmakerij is het essentieel dat het opsplitsen in fases juist gebeurt. Elkaar opvolgende verbeterstappen moeten aanvullend werken.

f. Er is per fase slechts 1 verbeterteam met 1 specifiek onderwerp. Er zijn dus geen parallelle teams. Parallelle teams leiden namelijk al snel tot een (te) complex verbeterprogramma.

g. Start de eerste maand met een charme offensief. Vertel over de doelstellingen, plannen, opzet, de betrokkenen en de manier waarop medewerkers het resultaat mede zullen bepalen. In deze eerste fase worden mensen ook getraind in samenwerken, feedback geven en ontvangen. Dit is het moment om mensen de mogelijkheid te geven zich ook in andere disciplines te bekwamen. Dit vergroot de acceptatie voor later en brengt een sfeer van enthousiasme en een verwachtingsvol uitkijken naar het echte werk dat later volgt.

h. Een belangrijke voorwaarde is het binden van deelnemers aan het verbeterprogramma; dat zij volledig inzetbaar zijn voor het verbeterprogramma. Dit betekent dat, afhankelijk van het verbeteronderwerp, strategische keuzes nodig zijn bij prioritisering van lopende en startende (klant) projecten. Dit zijn dé momenten waarop het management kan laten zien dat het veranderprogramma inderdaad belangrijk is voor de organisatie en niet alleen een papieren oefening is voor de (overbelaste) projecten.

3  Implementatie

Doe wat je hebt uitgestippeld en doe het met bezieling!

a. In de eerste week van iedere fase bepaalt men wat te bouwen.

b. De reikwijdte is hier een belangrijk aspect. Deze bepaalt vaak de uiteindelijke effectiviteit van de verandering. Hier geldt de regel dat té breed beter is dan te beperkt.

c. Veranderingen die een looptijd hebben van meer dan 2 weken worden opgesplitst. Het programma kan hier zijn flexibiliteit tonen door een fase op te rekken tot bv 2 maanden wanneer dit het resultaat verbetert en de complexiteit verkleint.

d. Op dit moment is de architectuur van het verbeterprogramma en de procesomgeving cruciaal. Hier is de hulp van een CMMI expert van belang om de zin en onzin van het model voor de organisatie (gerelateerd aan haar doelstellingen) te kunnen duiden. De architectuur helpt het verbeterprogramma te starten met het resultaat als referentiekader.

e. Gezien de opzet van het programma ligt een RUP of Agile-achtige aanpak voor de hand. Maar een standaard watervalaanpak werkt ook prima. Het is maar waar de organisatie zich het best bij voelt.

f. De feitelijke bouw van het geplande kan snel en efficiënt gaan door te focussen en continu de vragen te stellen: is dit nodig? waarom? waarom? waarom?

g. Een belangrijk aspect is ook dat de documentatie tijdig opgesteld wordt. Omdat het programma nog volop bezig is met de bouw is de kennis voor de documentatie nog vers. De documentatie wordt geschreven met de beheerders en gebruikers van het systeem in gedachten.

h. Week 4 is de week van communicatie (die tijdens de 2 bouwweken is opgesteld), training en eerste pilots.

i. Alle leeraspecten die in de 4de week worden opgedaan, gaan mee naar de volgende fase.

j. Iedere fase wordt formeel afgesloten met een bijeenkomst waarin men evalueert wat er is bereikt en het management zich committeert aan de komende fase(s).

4  Herhaal step 2, 3 en 4

Sta stil bij wat is opgeleverd, wat goed ging en waar het beter kon. En vooral, neem feedback van opgeleverde verbeteringen mee naar volgende fasen. Tijdens de eerste week van de volgende fase worden de volgende vragen beantwoord:

i. Welke verbeteringen zijn voor het verbeterproject van toepassing? Gebruik deze dan ook zelf!

ii. Evalueer architectuur en planning; zijn er aanpassingen nodig?

Dit is het 3de artikel in een reekst van 3. In het 1ste artikel ging ik in op foutieve manier van aanpak. In het 2de artikel besprak ik de manieren om de fouten te vermijden. In dit 3de artikel besprak ik een alternatieve aanpak voor CMMI gebaseerde verbeterprogramma’s.

The myths of a management consultant

30 December, 2009

This blog is triggered by an interview with a managing partner of McKinsey.
The interviewer put forward some valid questions on the role, impact and responsibilities of a management consultant (or consultant). The questions that triggered me were the ones on the responsibility of consultants in big projects like the mergers of companies like ABNAMRO. And more precisely, their believed impact in company decisions.

There is some kind of negative myth on consultants that I will address here. There are also positive myths!

Myth 1: Consultants are heavily overpaid.
I believe consultants are well paid. But the fee of a consultant is not transferred directly to his bank account. The fee covers the following costs: salary (of the consultant, management layers, secretaries, accountant, IT people,…), travel expenses (hotel, flight, car, taxi), housing of the company, lower fees, times with no paid work, training, health insurance, pensions, insurance for claims, unpaid sales activities (tenders, visits, ..) holidays, taxes, IT costs, …

As I work alone, I do not have the costs like housing, expenses for managers etc. On the other side, I do not have any colleagues who bring in money when I do not have a paid assignment (holidays, illness, no work).  The challenge of a consultant is that money only comes in when he is on a paid assignment.

Myth 2: the almighty consultant.
This is the myth of the almighty consultant to whom company management just hands over the steering wheel.
Clearly the consultant, depending on the relative consultant/management skill and experience level, can have more or less impact on the decisions and direction of the company. But company management remains fully responsible of its decisions and actions. I do not know any manager, who accepts the word of any consultant, without making this decision his own.

Myth 3: A consultant cannot know what is best for us as he is from outside.
It is not uncommon to hear from company management that the special situation of that company is so special, that someone from outside the company is unable to help them. In many cases this is a typical over estimation of the own speciality. An analysis and proposed solution from outside can work beneficial, as it helps breaking the circle in which organizational management solves effects in stead of root causes.

The following is not another myth, but a characteristic.

The consultant is never right but company management is.
One key characteristic of a good consultant is to be able to leave honours and praise to the client (this is when the result is as expected) and to accept the blame for all that goes wrong. It’s part of the game.

I end with some valid reasons or what good a consultant can bring to any organisation:

  • Temporary needed skills and experience, saves hiring own staff
  • ‘Sell’ a decision or change program into the organisation
  • Provide an outside, fresh view on an internal situation, with an possible solution
  • Provide an objective benchmark on the performance level of the organisation
  • Coach and train organisational staff (management as well as technical)
  • Assist in decision making processes (objective, analytical, external info gathering and evaluation, decision criteria definition, …)

I wish you all an exiting and successful 2010!